Historiek VDKMS

Heraldique_VDKMS_DPERM_SBTijdens het schooljaar 1962/1963 was de beslissing de Centrale School, die gevestigd was te Gent (Sint-Denijs-Westrem), te integreren in de Cadettenschool.

De Centrale School was opgericht in 1951 onder de titel “Hoge school voor de kandidaat gegradueerden” en was een fusie van de Brigadescholen. De school werd in 1955 herdoopt onder de naam “Centrale School”. Door deze integratie kwamen er twee afdelingen bij: een “Toegevoegde Afdeling “ te Lier en een “Division Annexe“ te Laken, met in iedere afdeling een vijftigtal jonge onderofficieren.

Met deze integratie kwamen al de voorbereidende vormingen voor de officierscholen onder één bevel te staan. Het was een verbeterde versie van de vooroorlogse Cadettenschool te Namen, waar tot 1935 een Centrale Wetenschappelijke school was (een voorloper van de Toegevoegde Afdeling) en nadien een voortbestaan kende onder de naam “Voorbereidende cursus voor onderluitenanten (VKOL)”.

Het doel van de Toegevoegde Afdeling was de meest begaafde onderofficieren van zowel de Landmacht als de Zeemacht voor te bereiden op de toelatingswedstrijd van de militaire school of het “Examen A”. Het onderscheid met de cadetten was dat de cadetten soldijtrekken de militairen waren en de anderen weddetrekkende. Daarnaast verkregen de cadetten na hun cyclus een officieel erkend diploma terwijl de anderen geen erkend leerprogramma volgden. Daaren boven was de toegelaten leeftijdsvoorwaarden uitgebreider, namelijk van 17 jaar tot 28 jaar en ook gehuwde leerlingen waren toegelaten.

De afdeling stond open voor zowel burgers als beroepsonderofficieren. De burgers die nog geen militaire opleiding hadden gekregen dienden een twee weken durende militaire opleiding te volgen in een militair kamp waar hen onderricht werd gegeven op het niveau van de sectie infanterie, bestaande uit drill, het onderhouden en vuren met het individueel wapen. De leerstof in de school was bestemd voor jongeren die hun middelbare studies hadden onderbroken om naar de Krijgsmacht te gaan. Het was een drie jaar durend leerprogramma en was een volledige herziening van de Grieks-Latijnse humaniora, echter zonder het Grieks en het Latijn. In het eerste jaar werd de leerstof van het lager middelbaar grondig herzien. Het 2de leerjaar, het hoger middelbaar en in het derde leerjaar een algemene herhaling en een intensieve voorbereiding op de toelatingswedstrijden van de Koninklijke Militaire School en het Examen A. Het was een unieke onderwijsvorm eigen aan Defensie, waarbij zowel de leraars als de onderrichters niet noodzakelijk academische titels moesten dragen.

Een school waar jonge adolescenten zouden samenleven met jong volwassenen en zelfs gehuwden was niet zonder risico. Dat was trouwens reeds het geval te Laken met de leerlingen van de Voorbereidende School tot onderluitenant (VSOL). Een bijkomend artikel aan het tuchtreglement van de school voorzag dat het voor de cadetten ten strengste verboden was in contact te komen met de leerlingen van de Toegevoegde Afdeling en van de VSOL. In 1969 werd de toegankelijkheid voor de school uitgebreid naar al de krijgsmachtdelen en veranderde de benaming dan ook in Inter-machten Afdeling (IMA) of Division Inter-Force (DIF).

Met de verlenging van de leerplicht van 16 naar 18 jaar kwam de overheid tot de vaststelling dat een drie jaar durende opleiding overbodig was. In 1978 herleidde men dan ook de studies tot één jaar intensieve voorbereiding voor de deelname aan de toelatingswedstrijd aan de officierenscholen. Dat systeem hield, na de sluiting van de Cadettenschool, gedurende meer dan 30 jaar stand onder diverse benamingen: Inter-Macht Voorbereidende School – École Préparatoire Inter-Force (IVS – EPI), Voorbereidende Divisie voor de KMS – Division Préparatoire à l’ERM (VDKMS – DPERM).