Historiek van de Voorbereidende Divisie op de Koninklijke Militaire School

Het start bij Leopold I, die tijdens een troepeninspectie, er zich over verwonderde om zoveel kinderen in klompen in de kazerne te zien rondlopen. Hij beslist om al deze kinderen te hergroeperen in de schoot van een schoolcompagnie, de “Compagnie der Troepskinderen” die in 1847 in Lier in de Sionskazerne geïnstalleerd wordt.

Heden wordt de jeugd die zich aangetrokken voelt voor een militaire officiersloopbaan voorbereid in de “Voorbereidende Divisie tot de Koninklijke Militaire school” (VDKMS).

De Belgische Staat en in het bijzonder het Belgisch Leger heeft zich te allen tijde bekommerd om de opleiding van haar toekomstig personeel of de weduwen en wezen van haar personeel.

Onder andere hebben verschillende instellingen sindsdien en tot op heden de voorbereiding van kandidaat-officieren voor hun rekening genomen. Zo worden later de Pupillenscholen en de Cadet-ten¬scholen opgericht.

Maar de voorloper van de voorbereidende scholen is gevonden in 1871 waar een “Bijzondere School voor Onderofficieren” werd opgericht om gedurende een jaar onderofficieren voor te bereiden tot de toelatingsexamens van de Militaire School. Deze bijzondere school werd oorspronkelijk te Hasselt gevestigd maar werd in 1882 vervangen door de “Centrale Cursus ter Voorbereiding tot de Militaire School” die in Brussel werd gehouden.

Na Wereldoorlog I, werd vanaf 1919 een school opgericht te Namen en genaamd de “Centrale Wetenschappelijke School”. Deze school vestigt zich in het scholencomplex van de Cadettenschool. Ze was bestemd voor de opleiding van jonge onderofficieren, aanvankelijk opgericht wegens dwingende oorlogsomstandigheden. Deze school bleef bestaan tot 1935, jaar waarin ze vervangen werd door een stage van vijf maanden (van maart tot juli) in Namen, samen met de cadetten van de Retorica, en dit in het kader van een intensieve voorbereiding tot het toelatingsexamens tot de Militaire School.

Iets na de Tweede Wereldoorlog werden diverse Brigadescholen opgericht, voor de opleiding van het nieuwe kader van het leger, vooral onderofficieren.

In 1950 werd aan de school welke zich toen in Maaseik bevond een Speciale Sectie” gehecht, die de beste leerlingen van deze Brigadescholen voorbereidde op het toelatingsexamen tot de scholen voor officier [Koninklijke Militaire School, Voorbereidingsschool voor Onderluitenanten (VSOL), langs het Kader (Examen A)].

In 1951 verhuisde deze “Speciale Sectie” naar Sint-Denijs-Westrem, waar ze “Hogere School voor Kandidaat Gegradueerden” werd genoemd.

De School werd in 1955 herdoopt en kreeg de naam “Centrale School”.

Oorspronkelijk was deze school voorzien om de meest bekwame onderofficieren van de Landmacht en de Zeemacht, die door omstandigheden geen middelbare studies hadden doorlopen, de gelegenheid te geven deze achterstand in te halen. Later werd deze school ook opengesteld voor jongeren rekruten die minstens 16 en niet ouder dan 28 jaar oud waren.

De studies duurden drie jaar en waren uitsluitend gericht op de toelatingswedstrijden tot de loopbaan van officier. De leerstof stemde ongeveer overeen met de Grieks-Latijnse humaniora zonder Grieks en Latijn. In het eerste jaar werd de leerstof van het lager middelbaar grondig herzien. Het tweede leerjaar, het hoger middelbaar en in het derde leerjaar een algemene herhaling en een intensieve voorbereiding op de toelatingswedstrijden van de Koninklijke Militaire School en het Examen A. Het was een unieke onderwijsvorm eigen aan Defensie, waarbij zowel de leraars als de onderrichters niet noodzakelijk academische titels moesten dragen.

Het onderscheid met de cadetten was dat de cadetten soldijtrekken militairen waren (ze worden met een dagelijkse soldij betaald) terwijl de anderen weddetrekkenden. Daarnaast verkregen de cadetten na hun cyclus een officieel erkend diploma terwijl de anderen geen erkend diploma van middelbaar onderwijs ontvingen.

In 1962 werd de Centrale School afgeschaft en de leerlingen werden geïntegreerd in de Koninklijke Cadettenschool (de Nederlandstaligen in Lier en de Franstaligen in Laken) en vormden daar de onderafdeling van de Cadettenschool genoemd ”Toegevoegde Sectie, die later Toegevoegde Afdeling” werd genoemd.

In 1970 werd de toegankelijkheid voor de school uitgebreid naar al de krijgsmachtdelen en veranderde de benaming dan ook in Intermachten Afdeling (IMA)”.

Met de verlenging van de leerplicht van 16 naar 18 jaar kwam de overheid tot de vaststelling dat een drie jaar durende opleiding overbodig was. In 1978 herleidde men dan ook de studies tot één jaar intensieve voorbereiding voor de deelname aan de toelatingswedstrijd aan de officiersscholen. Van dan af kon deze afdeling vergeleken worden met het zogenaamde zevende jaar in bepaalde colleges en athenea die leerlingen specifiek voorbereidden op bijvoorbeeld studies ingenieur aan de burgeruniversiteiten.

Deze filosofie is tot op heden ten dage niet gewijzigd.

Met de afschaffing van de Koninklijke Cadettenschool in 1991 bleef de “Afdeling Intermachten” over en werd een autonome school, nu rechtstreeks afhangend van het hoofdkwartier van het Leger, onder de benaming “Intermachten Voorbereidende School” (IVS). De Nederlandstaligen in Lier, de Franstaligen in Laken.

In 1993 wordt de school afhankelijk van de Koninklijke Militaire School en verandert de naam in “Voorbereidende Divisie tot de Koninklijke Militaire School” (VDKMS).

In 1998 wordt de school in Lier gesloten en verhuist ze naar Laken, waar aldus de Nederlandstalige Afdeling en de Franstalige Afdeling van de school samen onder een zelfde dak komen.

De VDKMS verhuist in 2006 van het Sint-Anna kwartier in Laken naar de Campus Saffraanberg – al vele jaren de bakermat van de opleiding van jonge militairen – en is er heden ten dage nog steeds aanwezig.

TPCI

Koninklijke Vereniging der oud-Troepskinderen, Pupillen, Cadetten en Intermachters van het Leger.